Meer container-capaciteit in de Haven van Antwerpen: 9 perspectieven

In een complex project worden nieuwe plannen met zoveel mogelijk draagvlak en liefst vlot gerealiseerd. Het is een organisatorische methode waarbij iedere stem rond een project gehoord in een ‘actorenoverleg’. Hun vragen of kanttekeningen worden onderzocht in de onderzoeksfase. Voor de plannen om de containercapaciteit in de haven van Antwerpen uit te breiden werd deze methodiek gevolgd. De eerste ervaring van de Vlaamse overheid was positief, zo viel te lezen in dit artikel op vnsc.eu. Maar hoe staan andere ‘actoren’ er na de eerste twee fasen in? Wat brengen zij ter tafel, en hoe ervaren ze zo’n proces? We spraken met negen van tientallen actoren.

Gemeente Beveren

Aan het woord: Hans de Bock

“De gemeente Beveren is op verschillende manieren betrokken bij ECA. Ten eerste zal de nieuw geplande infrastructuur voor het grootste deel op ons grondgebied worden aangelegd. Daarbij hebben wij een adviserende rol en verlenen we vergunningen, bijvoorbeeld aan bedrijven die zich straks in de zone gaan vestigen. Ten tweede kijken wij naar de maatschappelijke impact van ECA op de omgeving: lokale mobiliteit, druk op de landbouw, geluidsoverlast en meer.

Kortom: ECA heeft flink wat impact op Beveren. Om dat te realiseren moet die maatschappelijke impact dan ook nog verder verminderen door investeringen in de eerdergenoemde gebieden. Zo hebben we gevraagd om extra geluidsonderzoek in de dorpskernen van Verrebroek en Kieldrecht en vormt de voorafgaande realisatie van de Westelijke Ontsluitingsweg een belangrijke voorwaarde. Daarnaast maken we ons hard voor correcte vergoedingen en vrijwillige medewerking op het vlak van landbouw en natuur. In deze procedure van het complexe project is veel ruimte voor participatie en transparantie. Dat maakte het ook wel intensief in de onderzoeksfase, met alle toelichtingen en informatie. Wel zijn er constant voldoende aanspreekpunten om vragen te stellen of meer informatie op te vragen.”

Doel 2020

Aan het woord: Jan Creve

“Doel 2020 komt op voor het behoud van Doel en het poldergebied, en voor de leefbaarheid van de polderdorpen. Wij erkennen het belang van economie, van de haven. Maar de economie is er voor de mens. Niet omgekeerd. De Antwerpse Haven botst steeds meer op de grenzen van wat wenselijk en mogelijk is. Zij moet meer inzetten op duurzaamheid en zuinig ruimtegebruik in plaats van op steeds meer ruimtebeslag. We zijn blij dat gekozen is voor een project met een minimaal ruimtebeslag. Maar we blijven vragen stellen bij de premisse dat uitbreiding sowieso nodig is en blijft. Probleem blijft het gegeven van de economische uitgangspunten die nooit in vraag worden gesteld.

Inzake ontwikkeling bijkomende containercapaciteit was er een grote inbreng mogelijk zowel voor wat de onderwerpen als wat de onderzoeken betreft. Dat was nieuw én vernieuwend. Die aanpak werd (en wordt) echter niet gehanteerd voor de ermee samenhangende projecten i.v.m. de natuurcompensaties. Op dat vlak zit er in het complex project ECA een belangrijke leemte. Door participatie van àlle betrokken partijen is een gedragen project mogelijk en kunnen ook nieuwe inzichten groeien. Uitdaging voor de organiserende overheid is om die participatie tot het einde toe vol te houden en alle partners als gelijken te blijven zien. In die oefening is het Complex Project ECA jammer genoeg niet helemaal geslaagd. Ondanks alle tekortkomingen een aanpak die verdient om verder uitgediept en uitgebreid te worden.”

Boerenbond

Aan het woord: Matthias Vercauteren

“Als vertegenwoordiger van Boerenbond verdedigen wij de belangen van de landbouwers op LSO, gegroepeerd in bedrijfsgilden. Op het actorenoverleg werd ooit melding gemaakt dat de haven van Antwerpen wil meespelen in de Champions League van de havens. Als sector delen wij deze ambitie voor de haven, maar ook voor onze landbouwers. Wij verwachten dan ook dat havenontwikkeling niet ten koste van de landbouwsector gaat, functioneel en efficiënt zal werken en bijkomende welvaart voor de regio brengt.

Het gekozen voorkeursalternatief is niet onze voorkeur, maar het is zeker niet het slechtste alternatief dat op tafel lag. Er zijn nog wel onduidelijkheden over de concrete uitwerking van dit alternatief, bijvoorbeeld rond de praktische invulling van Prosperpolder-Zuid en eventuele compensaties voor de bruine kiekendief. Onze bezorgdheden rond eventuele natuurcompensaties, mobiliteit, vernatting, verzilting, grondbeleid en grondinnames werden door diverse andere partners aan de tafel gedeeld en zijn al strategisch onderzocht. Maar rond elk van deze punten zal de uitwerking bepalen of hier voldoende rekening mee wordt gehouden. Onze vraag om een globaal plan voor de havenontwikkeling te maken werd consequent niet meegenomen. Voor ons is dit belangrijk, zodat landbouwers in de regio opnieuw met de nodige rechtszekerheid in hun bedrijf kunnen investeren binnen het gegeven toekomstbeeld.

Bij de start van het ECA-proces waren er veel twijfels of dit proces niet enkel diende om een nieuw Saeftinghedok te verantwoorden. Maar tijdens het proces bleek dat er ook echt ruimte was voor suggesties. Ondanks dat we als landbouwsector in dit soort processen steeds onze mening mogen geven, trekken we meestal aan het kortste eindje. De uitdaging blijft om, tijdens de uitwerking van dit proces en andere processen, een gedragen compromis te bereiken met alle actoren.”

Alfaport Voka

Aan het woord: Sofie Coppens

“Alfaport Voka vertegenwoordigt samen met de maritieme en logistieke beroepsverenigingen de belangen van ongeveer 400 bedrijven uit de Antwerpse haven. We zijn voor de capaciteitsuitbreiding en vinden snelle realisatie binnen een duurzaam kader zeer belangrijk. Er is een duidelijke vraag van het internationale scheepvaartcliënteel naar ligplaatsen vóór de sluizen (meer dan de 3 ligplaatsen die voorzien zijn in het gekozen alternatief), samen met efficiënte terminaloperaties en een goede nautische en multimodale bereikbaarheid. Om met het gekozen alternatief hieraan zo goed mogelijk te voldoen, werd op ons verzoek extra onderzoek gedaan naar de optimalisatie van de aanmeercapaciteit voor de sluizen en verschillende simulaties van de scheepsbewegingen.

In de komende fase blijven wij aandacht vragen voor een rechtszeker kader, een eerlijk speelveld tussen de verschillende operatoren binnen de haven, transparante communicatie en maximaal overleg met de private havengemeenschap. Onze havengemeenschap stelt haar expertise in verschillende disciplines zoals nautische toegankelijkheid, operationaliteit en duurzaamheid graag ter beschikking van het verdere onderzoek.

Het 'complex project' is een relatief nieuw instrument, tot nu toe vooral ingezet voor kleine en minder complexe trajecten. ECA is dan ook een echte testcase. Een van de ECA-ambities was om meer rechtszekerheid te creëren door in overleg met de verschillende stakeholders een gedragen oplossing te bereiken. Alfaport Voka betreurt daarom dat er toch een verzoek tot vernietiging is ingediend bij de Raad van State.”

Rijkswaterstaat

Aan het woord: Joost Wijnekus

“Wij volgen ECA op eigen initiatief vanaf december 2016, in eerste instantie om bekend te worden met het proces. Maar ook om onze belangen onder de aandacht te brengen op met name drie hoofdonderwerpen: de effecten op de afwikkeling van het scheepvaartverkeer, het waterbeheer (waaronder natuur) én de verkeersafwikkeling richting Nederland over de weg. Ook voerden we overleg met de provincie Zeeland en ons eigen ministerie (IenW). Het gaat ons er vooral om dat de effecten van extra containercapaciteit goed onderbouwd en onderzocht worden, en dat er waar nodig beheersmaatregelen genomen worden. Dit moet aansluiten bij de afspraken die Nederland en Vlaanderen hebben gemaakt in het kader van bijvoorbeeld het gemeenschappelijk nautisch beheer. We staan daarmee ook neutraal tegenover de keuze van welk voorkeursalternatief dan ook. Op de drie onderwerpen waar wij aandacht voor vroegen, zagen we evidente verdiepingsslagen, kwalitatief betere onderbouwingen en eventuele beheersmaatregelen.

In Nederland waren we niet bekend met het ‘complex project’, een breder toegepast instrument voor openbare projecten. Het voordeel is dat je álle relevante belanghebbenden en belangstellenden (actoren) betrekt bij alle stappen die genomen worden, wat het proces vrij transparant maakt. Tegelijkertijd wringt dat ook: er waren kritische kanttekeningen die niet allemaal in het proces konden worden meegenomen. Mijn persoonlijke indruk is dat daarmee ook gedurende het proces het animo afnam om kritische kanttekeningen te plaatsen. Zo werd het actorenoverleg minder een overleg, maar meer het geven van informatie en de gelegenheid tot vragen stellen.”

Havenbedrijf Antwerpen

Aan het woord: Annelies Oeyen

“De containerbehandeling groeit ieder jaar, en dus hebben we als havenbedrijf het doel om aan de vraag te kunnen blijven voldoen. Zelfs tijdens de coronacrisis blijven de cijfers in containerbehandeling gelijk, terwijl andere Europese havens dalingen laten zien. Ons doel is om tegen 2030 7.2 miljoen TEU containers bovenop de huidige capaciteit te creëren. Voor Port of Antwerp is het bovendien belangrijk om deze groei op een duurzame manier te realiseren. We zetten bijvoorbeeld ook in op vervoer via spoor en binnenvaart, gebruik van walstroom en mobiliteitsoplossingen. Zo garanderen we onze wereldwijde economische positie, de zo belangrijke bevoorrading van ons land en de welvaart van huidige en toekomstige generaties.

Wij moeten ook de belangen van onze klanten waarborgen: een aantrekkelijke capaciteit voor marktspelers, die nautisch gezien vlot en veilig toegankelijk is. Natuurlijk waren er alternatieven die financieel en operationeel gunstiger leken dan het nu gekozen alternatief. Maar als havenbedrijf hebben we onze verantwoordelijkheid ten opzichte van de maatschappij. Juist door onze open houding in ECA waarbij alle stakeholders inspraak krijgen, zoeken we naar draagvlak voor de uitbreiding van de containerbehandelingscapaciteit. ECA gaat bovendien niet alleen om uitbreiding, maar ook om de ruimte die we hebben slimmer benutten. Het wordt nog een uitdaging om het gekozen alternatief uit te werken tot een haalbaar, betaalbaar project van goede kwaliteit. Maar wij gaan voor een door zoveel mogelijk partijen gedragen oplossing.”

Erfgoedgemeenschap Doel & Polder

Aan het woord: Johan De Vriendt

“De Erfgoedgemeenschap Doel & Polder (EGD&P) inspireert zich op de Conventie van Faro. De ondertekenaars – waaronder ook Vlaanderen via het instemmingsdecreet van 14 februari 2014 –verklaren rekening te houden met het karakter en de belangen van erfgoed bij het uittekenen van economisch beleid. Vlaanderen heeft systematisch nagelaten zich te engageren in het dossier Doel, zowel inzake erfgoed en historisch landschap de erfgoeddragers, de oorspronkelijke bewoners van Doel en de omringende polders. De EGD&P heeft sinds 2007 via actie, sensibilisering, rechtbank en diplomatie de erfgoedwaarden van de streek op de kaart gezet. Het afdwingen van de bescherming van Hof ter Walle en de Rurale Erfgoedstudie waren changemakers.

Dat de erfgoedwaarden aan bod kwamen in het Complex Project is mede onze verdienste. Het is helaas nog onvoldoende doorgedrongen dat erfgoed naast intrinsieke waarde ook een economische meerwaarde kan hebben. Voorbeelden in het buitenland (denk aan Liverpool als werelderfgoedsite), expertise in Nederland (Belvederebeleid) en expertise binnenshuis (Prof. Eric Van Hooydonk’s ‘Soft values of seaports’) tonen dit aan. Het gebrekkig naleven van het akkoord dat geleid heeft tot de keuze van het alternatief zegt alles. Sinds het akkoord werd niets gedaan om het erfgoed te vrijwaren. Landschappen werden verder uitgekleed, zoals de Prosperpolder en Drijdijck. Ook de aanbevelingen van de Rurale erfgoedstudie legde men naast zich neer, onder andere dat bewoning de beste maatregel is om gebouwen te bewaren. Ondanks ons bezwaarschrift blijven wij vragen naar dialoog. Dat is ook de reden waarom we actief hebben deelgenomen aan het overleg, overigens deden wij dat belangeloos.”

Departement Mobiliteit en Openbare Werken

Aan het woord: Maarten Goris

“Als mede-initiatiefnemer wil het departement van Mobiliteit en Openbare Werken zorgen dat de extra containercapaciteit wordt gerealiseerd. Maar niet zomaar: met dit participatieproces willen we investeren in draagvlak. Met de methode van het complex project zorgen we dat iedereen zijn zegje kan doen: van andere overheden tot bedrijven en actiegroepen. We zoeken echt een gedragen manier om dit uit te voeren. Zo werden alle alternatieven die wij als initiatiefnemers aandroegen uiteindelijk niet gekozen.

Er zijn veel meer inspraakmomenten dan gewoonlijk in een dergelijk proces, waarbij we vragen van de stakeholders onderzoeken, ook als ze kritisch zijn. Dat blijft voor iedereen een beetje wennen, maar heeft wel veel voordelen. Misschien is het wel zo dat als je als overheid zelf onderzoek inzet, een tegenvallend resultaat makkelijker te aanvaarden is. Sommigen nemen daar genoegen mee, en sommigen niet. Ik ben heel positief over dit proces: het is meer dan af en toe om een mening vragen. Al die zienswijzen zijn voor ons superbelangrijk.”

Natuurpunt Waasland

Aan het woord: Peter Symens

“Het participatieproces - via het complex project - is beter dan bij vroegere grote infrastructuurprojecten. Wij zitten aan tafel om de belangrijke natuurwaarden veilig te stellen in het estuariene gebied en het landbiotoop. Veel compensatiegebieden voor Deurganckdok worden ingenomen en moeten opnieuw gecompenseerd worden. We zijn zeer terughoudend over de duurzame werking van Prosperpolder Zuid als natuurcompensatie voor het belangrijke habitat “Strand en Plas”, omdat daar zeer moeilijk voldoende estuariene (getijden)dynamiek kan worden gerealiseerd. Ook ecologisch waardevolle polders met grasland en rietkragen worden ingenomen, waar bruine kiekendieven, riet- en weidevogels broeden en foerageren. We roepen op dit alles volwaardig te compenseren, de instandhoudingsdoelen te blijven halen en dat goed te monitoren.

In de Schelde zien we de verdere vertroebeling als probleem bij de ECA-plannen. Het gekozen alternatief is wel het meest gunstige op het gebied van slib (en vertroebeling), maar zorgt naar verwachting nog steeds voor jaarlijks 0,7 miljoen ton droge stof extra. Daarnaast willen we erover waken dat ECA niet zorgt voor een hogere stikstofuitstoot. Ook willen we dat de modal shift nog verder aangepast wordt: de afhandeling in logistieke zones Vlakte van Zwijndrecht en Bieshoek zorgen met 91% voor teveel vrachtvervoer.

Natuurpunt heeft sterk aangedrongen op 'inbreiding' in het bestaande havengebied met zuinig ruimtegebruik, en zo min mogelijke 'uitbreiding' van de haven. Daaraan werd in belangrijke mate tegemoetgekomen. Op onze suggestie om de enorme autoterminals in verdiepingen te organiseren werd niet ingegaan. We hebben ook ruime aandacht gevraagd om klimaatmaatregelen in het project te integreren, zoals onthardingsmaatregelen, infiltreren en hergebruiken van regenwater, retourbemaling om de grondwatervoorraden niet te verlagen en hittestressmaatregelen. Maar het moet nog blijken in hoeverre daarop ingespeeld zal worden.”

Interessant? Deel de pagina!