Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta: samen werken aan de toekomst van de delta

De Zuidwestelijke Delta is van oudsher de ontmoetingsplaats van Rijn, Maas en Schelde met de zee. Land en water zijn hier onlosmakelijk met elkaar verbonden en samen vormen ze het DNA van het gebied. De kracht van dat DNA zit in de harmonie tussen veiligheid, ecologie en economie. Die harmonie is geen vanzelfsprekendheid. Daar moeten we voortdurend aan werken. En er komen steeds weer nieuwe uitdagingen bij zoals de klimaatverandering en de prioritaire thema’s van de Nationale Omgevingsvisie, zoals klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie. De Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050 biedt structuur, verbinding, samenhang en inspirerende handelingsperspectieven om zo samen aan de slag te gaan met de toekomst van de delta.

Achtergrond

Als groenblauwe deltahart biedt de Zuidwestelijke Delta een leef-, woon-, werk- en recreatieomgeving van hoge kwaliteit. Het gebied is niet alleen de toegang en verbinding van belangrijke havengebieden, het is ook het kruispunt van twee internationale natuurcorridors: een flyway voor trekvogels en een swimway voor trekvissen. Daarnaast spelen landbouw en de schelpdiersector een prominente rol en bieden grote en kleine steden volop cultuurhistorie.

De relatie met het water en de dynamiek van een steeds veranderend deltagebied vormen bij dit alles steeds een rode draad.

Inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk hebben vanuit dit DNA de Gebiedsagenda tot stand gebracht. Daarmee is de eerste stap gezet naar de uitbouw van de Zuidwestelijke Delta tot een icoon van klimaatrobuustheid, innovatieve deltatechnologie en inspirerend samenwerken.

Handelingsperspectieven bieden richting en inspiratie

In de Gebiedsagenda ligt de nadruk vooral op uitdagingen rond waterveiligheid, waterkwaliteit, ecologie en regionale economie. Klimaatopgaven zijn daarbij een groot onderdeel, met oplossingen die inspelen op de energietransitie en circulaire economie. In een serie bijeenkomsten gingen maatschappelijke organisaties, bewoners en ondernemers met elkaar in gesprek over de trends en koersen, maar ook over de visies voor de toekomst. Dat resulteerde in vijf handelingsperspectieven, die de basis zijn van een integraal plan voor de delta tot 2050. Niet als strak keurslijf, maar als inspiratiebron voor alle deelnemers aan het vervolgtraject om een concreter uitgewerkt en gebalanceerd toekomstbeeld te realiseren. De langetermijnperspectieven Natuur en Toegankelijkheid van de VNSC spelen daarbij een belangrijke rol spelen.

1. Sterke en aantrekkelijke kust

Aan de kust spelen issues rond veiligheid en natuur, maar ook leefbaarheid en recreatie. Dit handelingsperspectief adviseert om met zandsuppleties gelijk te werken aan een verbeterde natuur, landschap en recreatie. Ook liggen er kansen om bijvoorbeeld met getijdencentrales, windturbines, zonneweiden of agrarische streekproducten te werken aan duurzaamheid en circulaire economie. Denk aan bredere stranden en duinen, kustsuppleties om de zeespiegelstijging op te vangen, of energie-atol in de monding van de Westerschelde. Waterdunen is al een mooi voorbeeld van een gebied waar de kust is versterkt, nieuwe estuariene natuur wordt ontwikkeld én dat als recreatiegebied fungeert.

2. Dynamische dijkzones

Met een stijging van de zeespiegel krijgen we te maken, vroeg of laat. Om dat op te vangen kan het een optie zijn om plaatselijk te werken met brede dijkzones. Dat kan op allerlei manieren: dijken versterken met een versterkt buitendijks voorland, een overslagbestendige dijk waarachter aangepast landgebruik plaatsvindt, of een dubbel dijksysteem met een oude en een versterkte dijk. Dat biedt bijvoorbeeld kansen voor zoetwateropslag, (zilte) landbouw, getijdennatuur, opslibbing of recreatie. Dat moet uiteraard wel passen bij het karakter en de (gebruiks)functies van de omgeving, de functies en het gebruik en het gebruik van de omgeving. Dat is dus altijd maatwerk. In de Westerschelde zou bijvoorbeeld zoetwater vanuit de Bathse Spuisluis in een dynamische dijkzone kunnen worden opgeslagen. Opslibbing kan een andere waardevolle strategie zijn voor de Westerschelde. Laaggelegen polders kunnen zo worden opgehoogd waardoor klimaatbestendige stroken langs de Westerschelde ontstaan die je kan inzetten voor toekomstige bedrijventerreinen, woningen, of landbouw.

3. Vitaal polder- en krekenlandschap

Zoetwater is cruciaal voor de landbouw, maar in de polders wint de zoute kwel de komende jaren aan invloed. In de polders aan de Westerschelde is al sprake van zoute kwel. Die zal in de toekomst met de klimaatverandering verder toenemen. Daar moeten we dus op anticiperen. Dit handelingsperspectief adviseert om te focussen op vier hoofdpunten:

  1. Vasthouden en opslaan van regenwater
  2. Gebruik van zoetwater beperken en hergebruik optimaliseren
  3. Telen van zouttolerante gewassen of gewassen met een beperkte zoetwatervraag
  4. Innovatie op het gebied van wateraanvoer

Ook in de Agenda voor de Toekomst van de VNSC is zoetwater een van de hoofdthema’s. Zoetwater is niet alleen belangrijk voor de gebruikers van het gebied, een goede balans tussen zout en zoet water is ook cruciaal voor de karakteristieke getijdennatuur in het Schelde-estuarium.

4. Rijke platen, slikken, schorren

Intergetijdengebieden zoals platen, slikken en schorren zijn hét visitekaartje van de estuariene natuur. Trekvogels weten er een rust- en fourageerplaats te vinden op hun doortocht. Doordat ze de golfkracht dempen en daarmee de dijken ontlasten, dragen ze ook bij aan de waterveiligheid. Maar ook voor de recreatie en de schelpdiersector zijn deze gebieden belangrijk. Voor de middellange termijn richt dit handelingsperspectief zich daarom op het herstel en behoud van intergetijdengebieden. Sedimentbeheer speelt daarbij een cruciale rol. Als de zeespiegel een te grote of snelle stijging laat zien, is behoud van álle intergetijdennatuur waarschijnlijk niet houdbaar. Daarom is onderzoek naar alternatieven hard nodig, bijvoorbeeld naar habitatontwikkeling en deltanatuur in de Voordelta.

In veel gebieden vindt natuurherstel plaats om meer ruimte te geven aan estuariene natuur, zoals in Waterdunen, Perkpolder, Het Zwin en de Hedwige-Prosperpolder. De VNSC werkt daarnaast aan een een langetermijnperspectief voor de natuur vanuit de Agenda voor de toekomst. Aan Nederlandse zijde gebeurt dat in samenhang met de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PGAW). Om een duurzame balans te vinden tussen ingrepen voor veiligheid, toegankelijkheid én de natuur ligt een grote uitdaging voor de toekomst. Met onderzoek, ontwikkelperspectieven en brede samenwerking bieden we deze uitdaging het hoofd.

5. Gezonde en verbonden zeearmen

De Westerschelde vormt dé toegangspoort voor de zeehavens Antwerpen en North Sea Port. De bedrijven in deze havengebieden zijn een belangrijke economische factor en werkgever in de regio. De goede verbindingen met de zee en het achterland, ruimte en de beschikbaarheid van zoetwater zijn daarbij belangrijke vestigingsfactoren. In dit perspectief worden verschillende agenda’s aan elkaar verbonden: denk aan scheepvaart, circulaire economie, natuur- en waterkwaliteit, duurzame energie en klimaatverandering.

Vervolg

Het proces rond de totstandkoming van de Gebiedsagenda heeft de bewustwording en urgentie gestimuleerd van de mogelijke impact van de klimaatverandering op de Zuidwestelijke Delta. Vanuit dat besef is gewerkt aan inspirerende en verbindende handelingsperspectieven voor de toekomstige van de Zuidwestelijke Delta. Maar daarmee hebben we de eindstreep nog niet bereikt. De Gebiedsagenda is dan ook het startschot voor verdergaande maatschappelijke en bestuurlijke samenwerking in de Zuidwestelijke Delta. De volgende stap is bij voorkeur een stap naar de korte termijn: concrete handelingsperspectieven die zichtbaar maken hoe we samen de toekomstige uitdagingen gaan aanpakken, die laten zien dat het kan en die zorgen voor creativiteit, innovatiekracht, nieuwe kennis en elan.

Interessant? Deel de pagina!