Laagwater vogeltellingen

Miljoenen broed- en trekvogels maken gebruik van de Westerschelde. Op zoek naar voedsel en een plek om te rusten. De open verbinding met de Noordzee en het contact met de Schelde zorgen voor een intergetijdengebied met unieke natuurwaarden. Een gebied van levensbelang voor steltlopers, maar ook een gebied onder druk. Onderzoek laat een afnemende trend van het aantal steltlopers in de Westerschelde zien. Wat de exacte oorzaken hiervan zijn is nog niet bekend. Daar wordt met de ‘Laagwater vogeltellingen’ nader onderzoek naar gedaan.

Een kijkje achter de schermen

De laagwater vogeltellingen zijn onderdeel van het onderzoeksprogramma van de VNSC en dragen bij aan meer en beter inzicht in het ecologisch functioneren van het Schelde-estuarium. De uitkomsten zijn relevant voor onder andere het Langetermijnperspectief Natuur waar gesproken wordt over denkbare maatregelen en strategieën. In deze video hoor en zie je wat er in de praktijk bij dit onderzoek komt kijken. We geven je een kijkje achter de schermen!

Even voorstellen: de vogels in de Westerschelde

Voor welke vogels is de Westerschelde the place to be? En wat is hun lievelingseten? We stellen de meest voorkomende soorten aan je voor.

Bonte strandloper

Bonte strandlopers zien we vooral in het najaar en in de winter bij de Westerschelde op de Hooge Platen. Ze zoeken vooral voedsel op de tast door snel met hun snavel te prikken en pikken. Meestal foerageren (eten) ze in grote groepen en doen dit dag en nacht, dit wordt bepaald door het getij.

Voedsel: Wormen, kreeften, schelpdieren en slakken.

Scholekster

De scholekster zien we verspreid over de hele Westerschelde op zowel slikken als platen. Ze zoeken voedsel op de tast, maar zien ook vaak met hun ogen wat ze willen eten. De schoolekster gebruikt verschillende technieken om schelpjes te openen. De snavel slijt hard, maar groeit daarnaast ook snel. Ook verandert de snavel van vorm door het type voedsel. Zo is de snavel in de zomer puntiger om naar wormen te prikken, maar in de winter stompiger om schelpjes te openen.

Voedsel: Schelpdieren (nonnetjes, mossels en kokkels), maar ook wormen (zeepdieren), krabben en garnalen.

Wulp

De wulp komt in de hele Westerschelde voor, met een lichte voorkeur voor het westen (Hooge Platen) en in het oosten (Rug van Baarland en de Biezelingseham). De wulp is de grootste steltlopersoort en heeft ook de langste snavel. Ze zoeken voedsel op de tast, maar zien ook vaak met hun ogen wat ze willen eten. Het eten doet de wulp door pikken, prikken en houwen met de snavel. Soms stelen ze zelfs voedsel van andere wulpen of steltlopers. Soms houden ze hun voedselterritorium bezet, vooral op slikken. Ze foerageren (eten) vaak in grote groepen.

Voedsel: Vrouwtjes hebben langere snavels en foerageren meer op slikken, weekdieren, krabben en pieren. Mannetjes trekken vaker naar het grasland en leven voornamelijk van regenwormen.

Bergeend

De bergeend is geen steltloper, maar de Westerschelde is voor de bergeend een internationaal belangrijke plaats (de belangrijkste van Nederland) in de maanden juni en juli. De bergeend verspreidt zich over het algemeen in de hele Westerschelde, maar het merendeel van de bergeend zien we in het westen bij de Hooge Platen.

Voedsel: Kleine schelpdieren, slakjes, kreeften, wormen en andere kleine bodemdieren. Ook plantaardig voedsel zoals algen die zich aan de boden hechten.

Interessant? Deel de pagina!